The Beatles

In 1957 leerde McCartney via een gemeenschappelijke vriend John Lennon kennen, werd lid van diens band The Quarrymen en schreef samen met hem, George Harrison en Ringo Starr geschiedenis als lid van The Beatles. McCartney schreef veel van het materiaal van de Beatles samen met John Lennon, alhoewel ze maar af en toe echt samen een lied schreven - meestal schreef de een het grootste stuk en maakte de ander het af. Hun werkrelatie was meer een wedstrijd dan een samenwerking, maar door een afspraak die ze al vroeg maakten kregen alle songs voor de Beatles, waaraan een van hen of allebei meewerkten, Lennon-McCartney als auteursvermelding. McCartney werd over het algemeen gezien als de knapste van de vier Beatles en had de grootste vrouwelijke aanhang. Hij had een langdurige relatie met de actrice Jane Asher voordat hij Linda Eastman, een fotografe, ontmoette. Hij trouwde met Linda in 1969. Samen kregen ze drie kinderen: Mary, Stella en James. Linda had al een dochter, Heather, uit een eerder huwelijk.

Foto Paul Links Foto Paul rechts

"In the end, the love you take is equal to the love you make."

Solocarriere & Wings

Nadat de Beatles in 1970 uit elkaar gingen begon McCartney onmiddellijk aan een solocarriere. Hij bracht het album McCartney uit met daarop het bekende Maybe I'm Amazed. Daarna volgde het album Ram dat slecht werd ontvangen. Feitelijk was dit album door zijn low-fi aanpak zijn tijd ver vooruit en tegenwoordig wordt Ram beschouwd als een van zijn beste albums. In 1971 richtte Paul McCartney een nieuwe band op: Wings. Ondanks de vele personeelswisselingen was Wings erg succesvol in de jaren 70. De enige drie constante leden van Wings zijn Paul McCartney, Linda McCartney en Denny Laine. Wings maakte een aantal succesvolle albums zoals Band on the Run en Venus and Mars. Ook werd een aantal grote hits gescoord met onder andere My Love, Live and Let Die, Band on the Run, Listen To What The Man Said, Silly Love Songs en With a Little Luck.

Het nummer Mull of Kintyre, opgenomen als ode aan het gelijknamige schiereiland in Argyll (Schotland) waar Paul McCartney een huis heeft, werd de grootste hit. Deze single was de meest verkochte single ooit tot hij in 1984 voorbij werd gestreefd door Do They Know It's Christmas van Band Aid. Plannen voor een nieuwe wereldtournee van Wings in 1980 werden afgelast in januari 1980 toen McCartney op het vliegveld van Tokio werd gearresteerd voor het bezit van softdrugs. Hij werd na tien dagen vrijgelaten, maar de tournee werd toch afgezegd. In 1980 werkte Wings door aan nieuwe nummers, maar die werden niet uitgebracht. Laurence Juber en Steve Holly verlieten daarom Wings. Uiteindelijk werd op 27 april 1981 bekendgemaakt dat ook Denny Laine Wings zou verlaten en dat daarmee Wings ophield te bestaan.

Wegens zijn arrestatie in Tokio en de moord op John Lennon besloot McCartney voorlopig niet meer op tournee te gaan. Lennon werd op 8 december 1980 voor zijn huis in New York doodgeschoten. McCartney reageerde aanvankelijk door thuis de telefoon van de haak te leggen en zich zodoende onbereikbaar te houden. Later verklaarde hij: 'Ik kan het nu nog niet verwerken. John was een geweldige kerel. Hij zal door de hele wereld worden gemist, maar in de herinnering blijven voortleven wegens zijn kunst, muziek en bijdragen tot de wereldvrede.

beatles banner

Begin jaren 80 schreef McCartney nummers met Stevie Wonder. Uit deze samenwerking ontstond de hit Ebony & Ivory, dat op McCartneys album Tug Of War terechtkwam (1982). Op dat album staat ook het nummer Here Today, dat McCartney schreef als eerbetoon aan John Lennon. Een andere artiest waar McCartney in de jaren 80 mee samenwerkte, is Carl Perkins, de bekende rockabilly-zanger uit de jaren 50, bekend van het nummer Blue Suede Shoes, die samen met McCartney het nummer Get It zong op het Tug of War-album. McCartney raakte bevriend met Perkins in 1964, toen Perkins aanwezig was in de studio waar The Beatles een paar van zijn nummers coverden (Honey Don't en Everybody's Trying To Be My Baby voor hun album Beatles for Sale en Matchbox voor de ep Long Tall Sally).

Ook werkten Perkins en McCartney samen aan het nummer My Old Friend, dat op Perkins' album Go Cat Go belandde. In 1983 verscheen het album Pipes of peace, met de gelijknamige titelsong als hitsingle. McCartney werkte hiervoor samen met Michael Jackson en de nummers The man en Say Say Say kwamen op dit album. Van Say Say Say zijn verschillende remixes gemaakt. Uit deze samenwerking ontstond ook het nummer The Girl Is Mine. Dat nummer belandde op Jacksons album Thriller en het werd als single meteen een nummer 1-hit. Toen Michael Jackson in 1984 de rechten van de songs van The Beatles opkocht, eindigde de vriendschap tussen McCartney en Jackson. In 1984 maakte hij de geflopte film Give My Regards to Broad Street. De bijbehorende soundtrack bevatte naast de hit No More Lonely Nights nieuwe bewerkingen van oude Beatles- en Wings- nummers. Dat jaar scoorde McCartney wel een grote hit met de single We All Stand Together en de bijbehorende animatiefilm Rupert and the Frog Song, gebaseerd op de Britse stripfiguur Bruintje Beer en geschreven en geproduceerd door McCartney zelf. Op 13 juli 1985 was McCartney een van de artiesten die mocht optreden op Live Aid, waar hij afsloot met Let It Be.